Rechtbank: discussie over tarieven fysiotherapie vraagt om uitgebreide inhoudelijke beoordeling

Kort geding biedt geen ruimte voor definitief oordeel

De voorzieningenrechter heeft uitspraak gedaan in de kort gedingen die een grote groep fysiotherapiepraktijken tegen verschillende zorgverzekeraars heeft aangespannen over de tarieven voor fysiotherapeutische zorg in de contractjaren 2026 en 2027. In deze procedures stond de vraag centraal of de gehanteerde tarieven aanleiding geven voor een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft de gevraagde voorzieningen afgewezen en daarbij gemotiveerd waarom deze geschillen zich niet lenen voor een inhoudelijke beoordeling binnen het beperkte kader van een kort geding.

De voorzieningenrechter overweegt dat voor toewijzing in een kort geding sprake moet zijn van een spoedeisend belang en dat de zaak zich moet lenen voor behandeling binnen het beperkte kader van een voorlopige voorziening.

Complexe vraagstukken vragen om uitgebreid onderzoek

In de beoordeling betrekt de rechtbank onder meer de beschikbare informatie over de financiële positie van fysiotherapiepraktijken en signalen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over de toegankelijkheid en toekomstbestendigheid van de fysiotherapeutische zorg.

De rechtbank constateert daarnaast dat partijen fundamenteel van mening verschillen over onder andere de kostprijs van fysiotherapeutische zorg, de wijze waarop tarieven worden vastgesteld, de gehanteerde uitgangspunten, de relevante financiële gegevens en de economische onderbouwing daarvan. Een beoordeling van deze onderwerpen vraagt volgens de rechtbank om uitgebreid feitenonderzoek en mogelijk deskundigenonderzoek.

Bodemprocedure aangewezen voor verdere beoordeling

Om die reden komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de geschillen zich niet lenen voor een definitieve inhoudelijke beoordeling in kort geding. Voor beantwoording van de voorliggende vragen acht de rechtbank een bodemprocedure, waarin ruimte bestaat voor een uitgebreidere behandeling
van de feiten en standpunten van partijen, de daarvoor geëigende procedure.