Specialist verwijst, fysiotherapeut verandert het dagelijks leven
Van ziekenhuis naar leefstijlzorg
De Nederlandse gezondheidszorg verschuift. Waar het ziekenhuis traditioneel vooral gericht was op diagnose en behandeling, groeit nu de overtuiging dat duurzaam herstel vaak pas begint ná het ontslag. Medisch specialisten zien het dagelijks: patiënten herstellen medisch, maar blijven kwetsbaar in gedrag, belastbaarheid en leefstijl. Juist daar kan het verschil worden gemaakt en steeds vaker gebeurt dat met hulp van de fysiotherapeut.
De fysiotherapeut als schakel in herstel
Binnen de samenwerking tussen ziekenhuis en eerste lijn ontstaat een nieuwe rolverdeling. De specialist zet leefstijl en passende vervolgzorg bewust op de agenda; de fysiotherapeut neemt het over in de praktijk. Niet als losse aanbeveling, maar als georganiseerde route in de zorgketen.
Digitale verwijzing als sleutel tot samenwerking
Het programma Beter Gezond – aangejaagd door Radboudumc, Maastricht UMC+ en Vereniging Arts en Leefstijl – traint zorgprofessionals in ziekenhuizen in het korte maar effectieve leefstijlgesprek. Zo wordt leefstijl structureel onderdeel van behandeling.
Het platform Beter Verwijs maakt dat praktisch uitvoerbaar: via een directe, digitale EPD-verwijslijn kunnen specialisten patiënten gericht doorverwijzen naar passende eerstelijnszorg. Fys’Optima, Beter Gezond en Beter Verwijs werken samen aan een landelijke uitrol.
“Specialisten willen méér dan alleen genezen”
Sjoerd Schwering, relatiemanager Beter Verwijs, ziet dat de verandering in ziekenhuizen zichtbaar versnelt. Steeds meer specialisten worden getraind in het voeren van het leefstijlgesprek via het landelijke programma Beter Gezond. “Wat je merkt, is dat specialisten niet langer alleen willen behandelen, maar ook willen dat iemand daarna beter verder kan. Ze zien dat leefstijl een sleutel is, maar ook dat ze het niet alleen kunnen.”
Die behoefte leidt tot een fundamentele vraag: als een specialist leefstijl benoemt als onderdeel van herstel, wie helpt de patiënt daarna om dat werkelijk vorm te geven?
“Daar komt de fysiotherapeut in beeld,” aldus Schwering. “Niet als ‘extra stap’, maar als onderdeel van het zorgpad. In de praktijk is de fysiotherapeut degene die gedrag kan omzetten in haalbare routine en dat is precies waar veel patiënten hulp bij nodig hebben.”
De fysiotherapeut als leefstijlcoach binnen herstel
Geert van Baggem, betrokken bij Fys’Optima, herkent dat direct. “De patiënt hoort in het ziekenhuis dat bewegen belangrijk is, dat herstel samenhangt met leefstijl en dat je invloed hebt op je gezondheid. Maar daarna begint de echte uitdaging: hoe doe je dat als je pijn hebt, weinig energie of onzeker bent?”
Volgens van Baggem zit de kracht van fysiotherapie juist in die vertaalslag. “Wij zijn gewend om niet alleen te behandelen, maar te begeleiden: stap voor stap, afgestemd op wat iemand aankan. Dat maakt leefstijl geen theorie of advies, maar iets dat iemand leert ervaren.”
Die begeleiding wordt sterker wanneer het startpunt uit het ziekenhuis komt. “Als een specialist het leefstijldomein expliciet benoemt, ontstaat er ruimte. De patiënt neemt het serieuzer. Er is draagvlak: dit is geen ‘extra tip’, maar onderdeel van de behandeling.”
Waarom deze ketenbenadering werkt
Het verschil zit volgens beide gesprekspartners in structuur: niet alleen praten over leefstijl, maar het organiseren als vervolgzorg. Beter Verwijs maakt dat mogelijk doordat verwijzing vanuit het ziekenhuis direct digitaal kan verlopen, geïntegreerd in het EPD. Zo wordt leefstijlgerichte ondersteuning niet afhankelijk van toeval of initiatief van de patiënt.
Schwering: “Door leefstijl structureel onderdeel te maken van de verwijzing ontstaat continuïteit: de specialist start het gesprek, de eerste lijn maakt het uitvoerbaar, zonder dat bij elke verwijzing opnieuw een huisarts nodig is. Zo blijft de toch al overbelaste voordeur ontlast.”
Van Baggem voegt toe: “Leefstijl is niet iets wat je ‘even’ verandert. Het vraagt herhaling, begeleiding en vertrouwen. Fysiotherapie biedt precies dat: we zien iemand vaker, kennen de context en kunnen doelen concreet maken.”
Wat merkt de patiënt hiervan?
Voor patiënten betekent deze aanpak vooral dat leefstijl niet langer een vrijblijvende boodschap is, maar een onderdeel van de route naar herstel. Dat schept duidelijkheid en versnelt het proces.
“In plaats van dat iemand thuiskomt met een stapel adviezen, komt iemand thuis met een plan en met iemand die helpt dat plan haalbaar te maken.” aldus van Baggem. Bovendien kan leefstijlbegeleiding in de fysiotherapie bijdragen aan minder terugval. “Als iemand na een operatie of ziekenhuisbezoek niet alleen herstelt, maar ook leert hoe hij of zij zelf belastbaarheid opbouwt, beweegt en grenzen herkent, voorkom je vaak herhaalzorg,”
Zorg die verder gaat dan de ziekenhuisdeur
De essentie van deze samenwerking is dat leefstijl niet meer gezien wordt als ‘extra’, maar als kernonderdeel van passende zorg. De specialist zet het neer als medisch relevant en de fysiotherapeut maakt het praktisch en duurzaam.
Schwering: “We zien dat de toekomst van zorg steeds meer vraagt om samenwerking. Niet omdat het mooi klinkt, maar omdat het noodzakelijk is.”
Van Baggem besluit: “Als specialist en fysiotherapeut elkaar hierin versterken, krijgt de patiënt iets wat vaak ontbreekt: continuïteit. En uiteindelijk is dat precies wat we nodig hebben: zorg die niet stopt bij de ziekenhuisdeur, maar mensen echt helpt gezonder verder te leven.”
Leefstijl als vaste plek in het zorgpad
Dat leefstijl zo nadrukkelijker een plek krijgt in het zorgpad is niet alleen een overtuiging, maar ook onderbouwd met harde cijfers. Het RIVM wijst erop dat ongezond gedrag verantwoordelijk is voor bijna 20% van de totale ziektelast in Nederland, vooral door factoren als roken, ongezonde voeding, onvoldoende beweging en overgewicht.
Tegelijkertijd lopen de zorgkosten stevig op: het Ministerie van Financiën verwacht dat de totale netto zorguitgaven in Nederland stijgen van € 95,2 miljard in 2024 naar € 131 miljard in 2029, een groei die de toegankelijkheid van zorg steeds verder onder druk zet, onder andere door personeelstekorten en langere wachttijden.
Ook internationaal wordt de impact van onvoldoende bewegen expliciet benoemd: volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) leidt lichamelijke inactiviteit tussen 2020 en 2030 naar verwachting tot bijna 500 miljoen nieuwe gevallen van vermijdbare chronische ziekten, met een wereldwijde kostenpost voor zorgsystemen van bijna 300 miljard dollar tegen 2030. Dit is ongeveer 27 miljard dollar per jaar.
In dat licht wordt leefstijl, zeker wanneer die op voorspraak van de specialist gericht wordt doorverwezen en vervolgens praktisch wordt begeleid door professionals zoals fysiotherapeuten, steeds vaker gezien als een noodzakelijke strategie om zorg niet alleen beter, maar ook betaalbaar en beschikbaar te houden.